IN KADER

ROSMALEN – Ze stapten uit de bus en stonden oog in oog met de paarden van de manege. Raakten niet uitgesproken over het mooie gebouw, de inrichting, het principe van een Kindcentrum voor leerlingen van nul tot dertien en het onderwijsconcept. Twintig Deense leerkrachten van de Herskind Skolen, even buiten Arhus, brachten afgelopen week onder meer een bezoek aan KC De Sprong uit Groote Wielen. Focus van het bezoek was de manier waarop leerlingen in Nederland Engels leren vanaf groep 1 en hoe je beweging in kunt zetten bij leren.

In Denemarken kennen ze geen Kindcentra zoals De Sprong. Vanaf de eerste verjaardag (zo lang duurt in Denemarken het zwangerschaps- en ouderschapsverlof), gaan alle kinderen fulltime naar het kinderdagverblijf in Denemarken. Kleutergroepen maken er geen deel uit van het basisonderwijs zoals in Nederland, maar kinderen gaan eerst naar een kleuterschool en komen dan naar school. Op die school zitten kinderen van 6-16 jaar. Vanaf 6 jaar krijgen leerlingen les van vakleerkrachten: een groepsleerkracht hoeft niet alle vakken te geven, zoals in Nederland, maar vakleerkrachten geven elke klas maximaal drie vakken, bijvoorbeeld Engels, rekenen en muziek.
Annette de Wit, directeur van het Kindcentrum heette de groep welkom en legde uit hoe het Engels niet meer weg te denken is op De Sprong: “We zouden niet meer anders willen, maar kunnen ook niet meer anders. Engels maakt deel uit van ons (thematisch) onderwijs en bereid leerlingen voor op een toekomst in een internationale omgeving.”
Yvonne Scherphof, initiatiefnemer van het Den Bosch Early English Programme, vertelde de bezoekers over hoe op De Sprong en 11 andere Bossche basisscholen Engels wordt aangeboden vanaf groep 1. Dat gebeurt door een team van (near) native speakers. Samen met trainees en studenten uit Engeland, Nederland, de Verenigde Staten en Canada ontwikkelde ze de Such Fun-methodiek, een creatief en interactief programma. “Omdat de Deense Herksind Skolen koploper is op het gebied van bewegend leren, een van de speerpunten van het Deense onderwijsbeleid, kwamen er veel vragen over inzet van beweging in de Engelse lessen. In ons programma gebruiken we niet alleen Total Physical Response, waarbij leerlingen met het hele lichaam reageren op de aangeboden taal, maar ook meervoudige intelligenties in groep 1 tot en met 8. Er wordt bewogen in onze lessen en dat vaak in coöperatieve werkvormen, zoals een scavenger hunt waarbij leerlingen informatie moeten verzamelen door de hele klas”, aldus Yvonne.

Doorstromen

Vervolgens namen de docenten een kijkje in groep 7/8 van Steffie Brouwer. Deze leerlingen, die al vier jaar Engels achter de rug hebben, beantwoordden met het grootste gemak de vragen op de speed date kaartjes: Van “what is your favourite season in the year and why?” tot “if you would be invisible for one day, what would you do?”. De Denen waren erg onder de indruk van hun spreekvaardigheid en vroegen zich af hoe dat ging met de overstap naar het middelbaar onderwijs. Yvonne Scherphof deelt die zorg. “Leerlingen van de Den Bosch Early English scholen krijgen vanaf groep 1 les in het Engels en stromen met een steeds hoger instapniveau door naar het middelbaar onderwijs. Daarnaast zijn er ook een hoop leerlingen die alleen in groep 7/8 Engels krijgen. Dat stelt onze collega’s die Engels geven in het voortgezet onderwijs voor grote uitdagingen. In Den Bosch is er een school dat komend jaar start met Tweetalig Onderwijs (TTO). Het Jeroen Bosch College biedt leerlingen meer dan 60% van hun onderwijstijd les in het Engels. We gaan samenwerken met het JBC om te komen tot een doorgaande leerlijn voor het Engels van primair naar voortgezet onderwijs!”
Aansluitend deed de Deense delegatie basisschool Noorderlicht in Den Bosch aan. Leerkracht Femke van Bentum presenteerde er hun project de Daily mile, dat de concentratie en leeropbrengsten van leerlingen wil vergroten door dagelijks een mijl (circa 1,5 kilometer te rennen). Erno Mijland van Innofun was uitgenodigd om de Deense delegatie en geïnteresseerde Bossche leerkrachten een update te geven over de stand van zaken van bewegend leren in het Nederlandse onderwijs. “Zitten is het nieuwe roken”, aldus Mijland, die een interessant overzicht gaf van recent Nederlands onderzoek over deze materie en van een aantal scholen die hierin op de muziek vooruit lopen.

“Naar buiten gaan ook kan betekenen dat ze gaan oefenen met spellen en rekenen”

De dag werd voortgezet op de Nikolaasschool in Oss waar een fantastische English lunch was voorbereid door vakleerkracht miss Patricia. Net als op Noorderlicht gaven de Deense leerkrachten demonstraties van hoe move and learn in Denemarken wordt ingezet op de Herskind Skolen. Natuurlijk in het Engels. Spannend voor de leerkrachten maar het ijs was snel gebroken toen ze de leerlingen wisten te inspireren! In Denemarken is het nationaal beleid dat leerlingen maar liefst 45 minuten per dag aanbod moeten krijgen in bewegend leren. Rikke Thisgaard, docent Engels en gym, zette uiteen hoe om ze om is gegaan met praktische bezwaren: “Meubels hebben wieltjes zodat alles aan de kant wordt geschoven en in elke lesvoorbereiding is ruimte voor de activiteiten die we in dit kader aanbieden. Eerst moesten leerlingen eraan wennen dat naar buiten gaan ook kan betekenen dat ze gaan oefenen met spellen en rekenen, maar inmiddels zijn ze om”. Gevraagd naar een voorbeeld van zo’n activiteit noemt ze: “Een leerling noemt woorden op kaartjes, de andere springt de juiste spelling van het woord op een groot geschilderd keyboard. We merken dat niet alleen de spellingsvaardigheden hierdoor toenemen, maar ook de typevaardigheden!”
Als afsluiting inspireerde Huub Hamers, directeur van de Nikolaasschool, het gezelschap met de school’s visie en initiatieven op het gebied van (wereld- ) burgerschap, internationalisering als grondhouding in het onderwijs en natuurlijk ging de communicatie daarbij in het Engels! Het team dat weer in de Deense bus stapte na afloop van deze studiedag voelde zich geïnspireerd en stond te popelen om de inzichten die ze in Nederland vergaarden tegen hun eigen onderwijs te houden en het ermee te verrijken. Ook de Nederlandse collega’s waren geïnspireerd. Yvonne Scherphof vat het als volgt samen: “Dit is waarom we Engels vanaf groep 1 belangrijk vinden. Over de grenzen heen kun je van elkaar leren en doe je inspiratie om het onderwijs voor je leerlingen nog beter te maken.”

Aan het Den Bosch Early English Programme doen de volgende Rosmalense scholen mee:

KC De Sprong
KC De Hoven
BS De Hobbit
BS De Borch
BS D’n Krommen Hoek
en KC Troubadour

Foto's:


0