Klets van ons Eigen

Het is wat hoor: je huis verkoopklaar maken met drie rondlopende stuiterballen. Zeker als er ook nog een soort van hongerige kleptomaan bij zit.

Ik had het lang uitgesteld, maar op een gegeven moment was alles klaar, dus moest ik wel met de kamer van de jongste beginnen. Waarom ik dat niet eerder deed? Simpel: op het moment dat ik opruim, denkt zij: fijn! Ruimte om te spelen! En is binnen een half uur alles weer ontploft. Ja ja, ik weet het: ik moet haar leren om zelf op te ruimen. Klopt. Maar dat duurt zoooo lang.

Ik ruimde haar rondslingerende knuffels op. Kroop onder het bed om tijgers en leeuwen op te rapen. Vond in een paar hoeken nog wat onderbroekjes. Ik stopte de auto’s terug in de la, met als de vliegtuigen en de hatchimals gingen in een etui.
Nu heeft ze ook een geboortekist op haar kamer – geschilderd naar haar geboortekaartje. Nooit zat daar iets in. Het was meer decoratie. Voor de zekerheid – omdat ik toch zo goed bezig was – opende ik ook de kist.

Aha. Daar was mijn suikerpot. Het was even een rare gewaarwording. In de kist was een soort miniluilekkerland tot stand gekomen. Half opgegeten koekjes, een bakje met chips, gelukkig ook nog wat gesloten verpakkingen met snoep. Ja, dat was even nieuw. Haar oudere zussen hadden nog nooit zoiets bedacht.
Een dag van tevoren hadden Munne Mins en ik nog tegen elkaar gezegd dat het beter ging. Dat ze niet meer zo ondeugend was. Nu weet ik beter. Ik denk dat ze later arts wordt, of een nieuwe vorm van antibiotica uitvindt (of althans: dan hoop ik nu).

Ik betrapte haar deze week ook op het zetten van tattoo’s. Maar dan met stiften, water en kwastjes. Vond ze leuk. Gisteren maakte ze van stoepkrijt roze soep. Ook leuk. Het werd wat minder toen ze dat ook in het opgezette zwembadje wilde doen. Het is gewoon een echte ontdekkingsreiziger. En soms is het ook heel leuk om te zien wat ze verzint.

Die suikerpot vond ik wel te ver gaan. Dat is nou niet bepaald goed voor de tanden. En de halve koekjes en chipjes en snoepjes, haalde ik er ook weer uit. Toen ik haar ermee confronteerde, voelde ze zich jammer genoeg ook niet echt schuldig. Sterker nog: met een brede grijns liet ze merken dat ze heel trots op zichzelf was.
Het had met dan ook niet moeten verbazen dan ik vanochtend achter haar t-shirts in de kast een zak chips vond. Godzijdank nog dicht. En nu ik dit typ, denk ik: volgens mij ben ik de suikerpot óók weer kwijt.

Groetjes Kleine Ven