DE SLACHT

Na een verhuizing blijven er altijd een aantal dozen staan die op dat moment niet echt hoognodig te hoeven worden uitgepakt. Vrijdag jl. was weer zo’n uitpak dagje. De regen kletterde al de hele ochtend tegen de ramen, de hoogste tijd om op zolder eens in de bananendozen te duiken..

En daar zit ik dan, muziekje op.. In mijn uppie boven op zolder, tussen dozen vol herinneringen. Albums met foto’s van toen.. Mijn brandweer fotoboek, de Effe noar Geffe map met de allereerste vergaderstukken van zo’n dikke veertig jaar terug. Folders van de slagerij, foto’s.. Het komt allemaal voorbij. Een mens bewaart wat zeg. Sjonge jonge…

Mijn oog valt op een klein soort stencilboekje.. Het is maar 16 pagina’s groot en heeft de titel: “De Slacht”. Het boekje beschrijft, van het begin tot het einde, de slacht van een varken zoals die in vroegere tijden in zowat ieder boerengezin plaats vond. “Ut verken hangt alwir op de leer”.

“De witkwast er over en de vloer goed schrobben. De vleeskuip schuren met heet sodawater”, staat er geschreven. Ook toen al telde de hygiëne. Zorg voor wijde weckflessen en nieuwe ringen en haal grof en fijn zout, peper, nagelgruis, nootmuskaat…. De leer (ladder) kreeg een extra sopbeurt.

Tradities zijn er om in ere te worden gehouden, toen al.. “Na het doden kreeg de huisslachter zijn eerste borrel. En na zijn traditionele zegedronk: “geluk met d’n dooien” werd het werk hervat.

Alles, van ‘kop tot kont’, werd gebruikt. Niets werd er weggegooid, eeuwige zonde. Een Katholieke traditie was ook dat het beste stuk van het varken, de ham, naar de pastoor werd gebracht lees ik in het boekje. Het boekje staat overigens ook boordevol met recepten van toen.

De ham en grote vaste stukken vlees werden gezouten, gedroogd en soms gerookt. Puur voor de houdbaarheid. Koeling of diepvries bestond toen nog niet. Steriliseren (wecken) deed men met de kleinere stukjes vlees of soepen. Een stelling was dat wanneer de dames hun ‘periode’ hadden je niet mocht je niet wecken (of het waar is blijft voor mij een raadsel). Ook het fabriceren van alle worstsoorten hadden de ‘pseudo’ slagers allemaal in huis.

De slachtdagen waren een ook soort culinaire feestdagen… Er was volop vlees en ieder kreeg een extra stukje.. “Het soppen van brood in spekvet met de ‘kaantjes’ was voor iedereen een ultiem feestje”.

En daar zit ik dan, muziekje op.. In mijn uppie boven op zolder, tussen dozen vol herinneringen. Vervlogen tijden, herinneringen… De tijd vliegt, ik zie dat ik alweer een uur verder ben.

De regen klettert nog steeds op het dakraam. Ik zie de stapel en ik bedenk met dat het niet echt opschiet op deze manier met mijn ‘bananendozen’. Het volgende album wat ik zie liggen is onze trouw fotoalbum, de maagdelijke witte buitenkant is intussen een beetje gelig aan het worden…

Hij is dan ook wel ‘bekant’ vijftig jaar oud, besef ik me.