WIPNEUS EN…

Het zijn van die weekendjes die je eigenlijk zou moeten kunnen inlijsten. Door allemaal omstandigheden was ‘de schoen zetten bij opa en oma’ naar een later plan geschoven. Terwijl bij ons de wortels in de schoen al schimmeluitslag aan het vertonen waren, is Sinterklaas (den bofkont) op al lang en breed, op zijn riante schip, op weg naar het warme Spanje.

Voor Luuk en Gijs was uitleg overbodig. Gijs, sinds vorig jaar ongelovig, keek me aan met een blik van: “Ja opa, wij weten samen dat Hij niet echt is die Sint”, toch opa…. De jongens vonden het wel oké, als er tenminste maar iets in de schoen zou zitten.

Voor de gelovige dames, Fien en Luus, moest er een ander plan worden gemaakt. Terwijl ze samen met het Sinterklaasjournaal de Sint en zijn Pieten hadden uitgezwaaid, zou Sinterklaas toch nog bij opa en oma langskomen. “Ja hallo… je kan me alles vertellen, en al ben ik nog maar 5 jaar, dat geloof ik niet hoor…”, leek Fien wel te zeggen met haar ogen. Er moest hoe dan ook een plan worden gemaakt.

Het is allemaal gelukt, zowel bij de jongens als bij de meiden. Met de jongens is Sint en Piet naar het theater geweest. Hippe Gasten, een interactieve muziekvoorstelling waar de muzikanten je vanaf de eerste tot de laatste minuut mee lieten swingen. Na afloop gingen we natuurlijk naar de Mac… dat hoort op zo’n feestdagje.

De meiden kwamen logeren in het weekend na de Sint. Een pracht gelegenheid voor een verlate pakjesavond met ons viertjes… Opa en oma komen dan in pure nostalgie terecht, voor het gevoel zo’n kleine veertig jaar terug in de tijd… Die snoetjes, de spanning… Het is zo herkenbaar van toen, prachtig om nu weer mee te mogen maken.

Natuurlijk is er dan het snoepschaaltje, muziekje, het glaasje.. lekker lang opblijven. De ene op de bank heerlijk knuffelend tegen oma aan en de andere bij opa. Heerlijk onwijs verwennen, opa’s en oma’s mogen dat… moeten dat zelfs doen….

Al vroeg in de ochtend hoor ik ze boven naar elkaar fluisteren via de babyfoon.. Ik sluip stilletjes naar boven en even later liggen met drietjes in het grote bed. “Opa, doe je een verhaaltje vertellen, niet uit het boek.. maar zo..”, vragen ze. We doen het licht uit.. en ik vertel van Wipneus en Pim.. Van de kabouterwereld en de grote mensenwereld… Het is muisstil wanneer ik vertel van de kleine huisjes in het grote bos die zo klein zijn dat ze bijna niet te zien zijn… “Niemand weet waar Wipneus en zijn papa en mama wonen”, vertel ik.

“Hoe weet jij het dan waar Wipneus woont”, is de wedervraag vanuit het donker. Het is even stil bij de verteller… “Sja. Opa’s weten bijna altijd alles”, hoor ik mezelf zeggen.

“Ja, dat is wel waar”, zeggen ze beiden met een lichte zucht.