Opvallend debuut judoka’s op Europees niveau: ‘Nu vooral genieten van de wedstrijden’

MIDDELRODE – Waar ze uiteindelijk van dromen? Vera Wandel (14) en Zoë van der Burgt (15) vallen even stil. “Zo goed worden als Sanne, dat zou heel mooi zijn”, klinkt het dan. Ze hebben het over internationaal topjudoka Sanne van Dijke, ook opgeleid bij Judoclub Berlicum. Maar voorlopig willen ze niet te ver vooruitkijken en gewoon zo goed mogelijk judoën.

Door Wim Poels

Tot nu toe lukt dat. De twee deden het eind vorig jaar op de selectiemomenten zo goed, dat ze anderhalve week geleden mochten debuteren bij de European Cup, grote internationale wedstrijden. De eerste van drie wedstrijden waarvoor ze zijn geselecteerd werd gehouden in het Italiaanse Folonica. Met een opvallend resultaat: Zoë werd negende in haar klasse, Vera veroverde zelfs een bronzen plak. “En dat is echt heel erg goed”, weet trainer Jo Gevers. “De meiden zijn de jongsten in hun categorie, die loopt tot en met 18 jaar. Dan kan en mag je eigenlijk niks verwachten, behalve dat je zo veel mogelijk leert. Ik heb ze dan ook meegegeven dat ze vooral van de wedstrijd moesten genieten. Als er dan dit uitkomt, is het zeer opvallend.”
Komen de meiden in een gesprek in thuishaven de Moerkoal nog wat verlegen over, op de tatami is dat wel anders. “Ze zijn allebei heel gedreven, hebben de juiste motoriek voor een judoka en laten de een prima instelling zien. Bij trainingen zijn ze er altijd en ze hebben er duidelijk plezier in. Bovendien pikken ze de dingen die ik ze probeer te leren goed op”, laat Gevers horen.
Vera judoot al vanaf haar zesde. Ze kwam een jaar of vijf geleden over uit Raamsdonksveer. De Bossche Zoë begon op haar achtste met de sport en stapte zo’n drie jaar geleden vanuit Rosmalen over naar de club in Berlicum. Hun oorspronkelijke club kon ze niet werkelijk verder brengen, ze waren het niveau ontgroeid. Dat ze juist voor Berlicum kozen, had een paar redenen. “De sfeer is hier prima. Er wordt beter en leuker getraind”, vertelt Vera. “Je weet dat je hier meer tegenstand krijgt. De trainingen zijn zwaarder”, voegt Zoë toe. En dan is er natuurlijk die trainer die een uitstekende naam heeft: oud-topper Jo Gevers. “Zeker in Nederland weet hij vaak ook iets van je tegenstanders en vertelt hij wat je tegen ze kunt doen.”
De Judoclub in Berlicum staat hoog in de pikorde van de Judobond Nederland. Papendal is het absolute Mekka. Daaronder vallen drie regio’s. Zuid-oost Nederland is gevestigd in Eindhoven en heeft vier sublocaties: Goirle, Echt, Nijmegen en Berlicum. Jonge judoka’s met potentie die werkelijk verder willen in de sport, kunnen op deze plekken terecht.
De club heeft de beide meiden dus ook werkelijk beter gemaakt en naar Europese topwedstrijden geloodst. “Ik wist natuurlijk wel dat het erin zat dat ik geselecteerd zou worden, maar je bent toch blij als het echt gebeurt”, aldus Vera. Ze heeft overigens al wel eerder naar internationale toernooien geweest. De club gaat bijvoorbeeld jaarlijks naar Polen. “De eerste partij in Italië was ik zenuwachtiger dan anders”, geeft Zoë toe, al verdween dat weer snel.
In april zijn er nog twee European Cups, in Teplice (Tsjechië) en Berlijn. Net als in Italië adviseert Gevers de twee om dan vooral lekker te judoën en niet aan een mogelijk vervolg als kwalificatie voor een EK te denken. “Juist als je dat doet, gaat het mis”, weet hij. Een ding nemen de meiden in ieder geval mee uit Folonica. Ze merkten dat landen een eigen stijl van judo hebben, net even anders dan ze in Nederland gewend zijn.
Toekomstvoorspellingen rondom zijn pupillen durft Gevers niet te doen. “Een succesvolle carrière is van heel veel dingen afhankelijk. Het ziet er op dit moment goed uit, maar je weet nooit of de motivatie die er nu is op lange termijn blijft. Ik heb het wel eens meegemaakt dat iemand in deze leeftijd tweede van de wereld werd en me vervolgens vertelde ‘beter wordt het niet, dit was het’. Daar sta je dan als trainer.”

Vera en Zoë willen niet te ver vooruitkijken

Foto's:


0