Gegijzeld door het virus maar niet verslagen (2): De fusillade

 

SINT-MICHIELSGESTEL – Gegijzeld, maar niet verslagen, de expositie over de Gijzelaars van Sint-Michielsgestel en Haaren is voorlopig uitgesteld. Daarom verschijnt er in deze krant en op de website www.gijzelaarskampbeekvliet.nl alvast een samenvatting. Deze week het thema ‘De fusillade’.

 

Hoe het begon

In de stralende, gruwelijke meimaand van 1940 hadden officieren van het Duitsche bezettingsleger gezegd, toen het burgerlijke bewind onder leiding van Seyss-Inquart werd aangekondigd: Jetzt fängt die Schweinerei an. De Duitschers verwachtten nog dat wij ons wel zouden laten inpalmen. Deze Duitsche verwachting werd evenwel niet bewaarheid. Blijkbaar ontbrak toch iets aan het Duitsche inzicht in de geaardheid van andere volken. De Hollanders schenen niet te erkennen dat zij verslagen zijnde, een vernederd volk waren. Zij bogen het hoofd niet in schuldbesef. Zij pleegden lijdelijk verzet. Later zelfs openlijk verzet. Toen hun onwil en minachting bleven bestaan en het verzet sterker werd, draaiden de Nazi’s de duimschroeven aan. Als iemand een aanslag heeft gepleegd en gij kunt den dader niet vinden, neemt gij eenvoudig een ander gevangen en schiet hem dood. Als gij dit middel preventieve werking wilt verleenen, neemt gij bij voorbaat honderden menschen gevangen, vooral knappe en verdienstelijke menschen, wier dood dus indruk op velen moet maken. Dan maakt gij bekend: zoodra weer sabotage gepleegd wordt, schieten wij eenigen van hen dood. (Peereboom pp. 5 – 7)

Stilte vóór de storm

Vrijdag 14 augustus 1942: Om kwart vóór elf weer een appèl op het voetbalveld, nu voor allen (723 man) ten overstaan van den commandant en de Scharführer. Het duurt anderhalf uur. Als aanleiding wordt medegedeeld, dat ’s nachts iemand in den tuin zou zijn geweest. Een schildwacht heeft een schot gelost. De commandant beweert dat menschen hebben getracht het kamp binnen te komen.
In den middag houdt dr. Knuttel een rede over Rembrandt als mensch De geest in het kamp is goed, ondanks het appèl. Om tien uur wandel ik met iemand nog een paar rondjes. “Merk je hoe opgewekt de stemming weer geworden is?” vraagt hij. Toch loopt vannacht om 12 uur de termijn van het dreigement af. In den laten avond van dien veertienden Augustus merkt niemand iets ongewoons in het kamp. Tegen elf uur loopt iedereen in pyjama, de meesten nog een sigaret rookend na het gewone gedrang bij de waschbakken. “Heeren, over vijf minuten gaat het licht uit. Wel te rusten allemaal”. Dan is er stilte. (Peereboom pp. 62 – 63)

Stilte ná de storm

Het is vroeg in den morgen; de eerste zonnestralen raken de daklijsten van het seminarium Beekvliet. Er hangt een drukkende stilte in de lucht, maar ook in het gebouw, waar de eerstgewekten de mare reeds fluisterend doorgegeven hebben: vijf van ons zijn weg!
Dan klinkt ineens de microfoon: “Heeren, om kwart vóór acht appèl op het sportterrein.”
Bloksgewijs wordt aangetreden. In stilte staan we, een kwartier, een half uur, drie kwartier, een uur. Wij staan en wachten. Om kwart vóór negen wordt gezegd, dat de heeren er nog niet zijn. We krijgen toestemming in te rukken.

Vijf minuten later roept de microfoon allen weer naar het sportveld. Dan komen ze. Even tevoren is – zingende – een peloton soldaten op het veld gekomen. Doodsche stilte heerscht en wij wachten. Dan een stem, die de stilte verscheurt: “Hedenmorgen zijn vijf gijzelaars terechtgesteld”. Er wordt medegedeeld dat “het de Duitsche instantie oprecht leed doet dat zij deze maatregel heeft moeten nemen”. Dan is er stilte. Op niemand’s gelaat is iets te bemerken. Niemand beweegt zich. Hollanders kùnnen zwijgen. De kerels verdwijnen, maar de stilte niet. Dan gaan wij heen. Niemand zegt iets. Er is een streep getrokken, met bloed, van Delfzijl tot Valkenburg en die blijft! Er is een vóór en een ná 15 augustus 1942.
(v. d. Gijzel pp.168 – 171)

Kamer 3: Fusillade

 

Foto's:


0

Geef een reactie