25-jarig Rolstoeltennis Thadia houdt toernooi: “Alle reguliere technieken en 889 noodslagen”

SINT-MICHIELSGESTEL – Oké, het feestje dat het had moeten zijn, kan dit jaar niet worden gevierd. En het toernooi dat afgelopen zondagmiddag bij sportpark Theereheide werd gehouden, trok wat minder deelnemers dan gewoonlijk. Dat neemt niet weg dat de Stichting Rolstoeltennis Thadia een kwart eeuw bestaat. En de rolstoeltennissers zijn al lang blij dat ze weer kunnen sporten.

Door Wim Poels

Het waren Toon Berkelmans, Leni Peeters en Erik Lamers die 25 jaar geleden het initiatief namen voor het rolstoeltennis in Sint-Michielsgestel en Boxtel. Op twee plekken dus. Sporthal De Braken in Boxtel wordt gebruikt voor de wekelijkse trainingen en voor het Nieuwjaarstoernooi. Twee keer per jaar komen de tennissers naar het complex van Thadia in Sint-Michielsgestel, waar juist de buitenbanen dankzij de smashcourt-ondergrond heel geschikt voor de rolstoelers zijn. Ze spelen hun mixed dubbel rolstoeltoernooi, dat dus zondag werd gehouden. In oktober staat het integratietoernooi op het programma. Dan bestaan de teams uit een valide sporter en een rolstoeltennisser.
Voor bestuursleden Riens van Raaij uit Schijndel en Vughtenaar Toon Berkelmans (de vereniging heeft zo’n 20 leden uit een omtrek van 30 kilometer, maar niet uit Groot Gestel), was zondag best een spannende dag. Want het was voor het eerst sinds het uitbreken van de coronacrisis dat de rolstoeltennissers weer actief waren. Enigszins in aangepaste vorm: normaal gesproken is ook de kantine toegankelijk voor de sporters, zondag was alleen het terras open. “Bij slecht weer hadden we het af moeten gelasten”, weet Riens. Maar dat was niet aan de orde. Wel was het zo dat het aantal deelnemers wat minder was: 24 in plaats van normaal 36.
Die deelnemers komen overal vandaan. Je hoort iemand met een Amsterdams accent aanwijzingen geven aan zijn partner, even verderop klinkt sappig Vlaams. Er is immers ook een handvol spelers uit België. “In Nederland en België samen zijn zo’n 350 rolstoeltennissers”, weet Riens. “Verreweg het grootste deel komt uit Nederland, zo’n 325. Bij onze zuiderburen stelt het dus nog niet zoveel voor.”

Het valt op dat veel tennissers achter op de baan blijven hangen. Naar het net komen is er niet vaak bij. Dat is ook wel weer logisch, de speciale rolstoelen met hun schuine grote wielen en hun kleine steunwieltjes voor en achter zijn weliswaar heel wendbaar, maar zo snel zijn de tennissers nou ook weer niet. En, anders dan valide spelers, mogen ze de bal twee keer laten stuiteren. Het is dus veiliger in de buurt van de baseline te blijven.
Dat twee keer laten stuiteren is meteen de belangrijkste spelregel die afwijkt van het normale tennis. “Verder hebben we dezelfde regels en dezelfde slagen”, bevestigt Toon. “Forehand, backhand, dropshots, volleys en dergelijke. En 889 noodslagen omdat we niet opzij kunnen stappen als een bal recht op ons afkomt en we dan ook niet weten wat we moeten doen.”

Rolstoeltennis kent in ons land geen competitie. Er zijn serieuze toernooien, die vaak drie dagen duren. Riens doet er nog graag aan mee, van Toon hoeft het niet zo. “Ik werk ook gewoon en heb er niet altijd zin in op vrijdag dan nog een eind te rijden en dan twee dagen in een hotel te zitten. Plus dat je altijd dezelfde mensen tegenkomt.” Hij geniet meer van een eendaags gezelligheidstoernooi als dat van zondag. “Hier gaat het er vooral om dat we het leuk hebben samen, bijkletsen en wat drinken. En natuurlijk tennissen we lekker. Er is uiteindelijk een uitslag, maar de prestatie staat niet voorop en er is voor iedereen een prijsje.”
Liever tennist hij gewoon op de baan, zoals ook Riens dat veel doet. Regelmatig spelen ze daarbij tegen valide tegenstanders. Je zou denken dat een rolstoeler fors in het nadeel is, maar in werkelijkheid blijkt dat mee te vallen. “Meestal zijn de eerste twee games juist voor jou. De tegenstander denkt er vaak niet aan dat jij de bal twee keer mag laten stuiteren en raakt in de war. Hij moet zich aan jou aanpassen. Later in de partij moet je beter oppassen”, zegt Riens.

Dat neemt niet weg dat rolstoeltennissers aardig meekunnen met ‘reguliere’ spelers. Niveau 8 tot 7 (9 is het laagste) kunnen ze met wat ervaring best halen. Ze hebben er ook een hekel aan als tegenstanders bewust een niveautje lager gaan spelen. “Dat wil ik per se niet”, stelt Toon resoluut. “Ik zeg altijd dat ze zo hard mogelijk moeten slaan. Want hoe harder de bal op mij afkomt, des te harder kan ik terugslaan. Juist als het rustig gaat en je hebt tijd om na te denken, ga je fouten maken.”
Op 4 oktober houdt Thadia Rolstoeltennis het integratietoernooi, met teams dus van een valide speler en een rolstoeler. Dat evenement bestaat al een jaar of twintig en hoewel het door de deelnemers zeer gewaardeerd wordt, krijgt het vooralsnog weinig navolging bij andere rolstoelclubs. Riens vindt dat jammer. “Rolstoeltennissers vinden het vaak moeilijk te integreren. Om lid van ons te kunnen worden, moet je bijvoorbeeld lid van Thadia of de Boxtelse club zijn. Mensen moeten best een drempel over om dat te doen. Alleen daarom al is het goed de valide spelers en de rolstoeltennissers bij elkaar te brengen.”

Rolstoeltennissers in actie

Foto's:


0