Zes generaties Dokter Immens: Geschiedenis van barbier tot geneesheer verhelderd

 

SINT-MICHIELSGESTEL – Op 20 oktober 1902 overleed dokter Henricus (Hein) Immens geneesheer in Sint-Michielsgestel. Hij was de laatste telg uit een roemrucht geneesherengeslacht. Uit stamboomonderzoek door Gé Immens kwam aan het licht dat minstens zes generaties Immens actief waren op het terrein van de geneeskunst. Gestelnaar Sjef van Hulten schreef er een boek over.

In Sint-Michielsgestel waren drie generaties Immens actief: Hein, Hendrik en Frans. Een zoon van Hein heeft zich nog wel op de studie voor huisarts gericht, maar hij heeft dat niet afgemaakt. Van hem is bekend dat hij handelsreiziger is geworden en zich ook bezig heeft gehouden met centrale verwarming.
In het boek: Zes generaties Dokter Immens. De geschiedenis van barbier tot geneesheer verhelderd komt tweehonderd jaar ontwikkelingen in de medische wereld aan de orde, ook is de historische context waarin die ontwikkelingen plaats vonden geschetst.

We leven nu in corona tijd, maar de geneesheren hebben in die tweehonderd jaar ook pandemieën meegemaakt met alle consequenties van dien. Denk aan de pest, cholera, pokken en influenza. Ook toen was vaak de eerste reactie: “Och het is maar een griepje”, maar intussen zijn er wel duizenden slachtoffers aan overleden.
Rond zeventienhonderd was het beroep van dokter nauw verbonden met dat van de barbier. Wie in de zeventiende eeuw wat mankeerde, ging naar de chirurgijn, die in de veel gevallen ook barbier was. Zijn messen en zagen waren niet steriel en verdoving was er niet. Een veel voorkomende ingreep was een aderlating. Het idee was dat vier belangrijke levenssappen in balans moesten zijn met elkaar: gele gal, zwarte gal, slijm en bloed. Als een van die sappen bedorven was of overheerste was je ziek. De chirurgijn sneed dan een ader aan en liet er wat uit weglopen.

Chirurgijns hadden geen universitaire opleiding genoten. Geneeskunde was wel een van de drie studies die universiteiten aanboden, naast rechten en theologie. Maar men vond dat het handwerk van de heelkunde niet thuishoorde op de universiteit. Universitair opgeleide medici waren veelal adviseurs. Er zijn geen universitair opgeleide geneesheren bij de Immensen aangetroffen. Zij leerden het vak van chirurgijn en heel- en vroedmeester van hun ouders. In de middeleeuwen en de tijd daarna waren chirurgijns lid van een gilde, welk toezag op de kwaliteit van de medische uitoefening.
De voorouders van de Gestelse familie Immens zijn afkomstig uit Namen, Antwerpen en Tienen in België. In het boek worden twaalf generaties Immens beschreven. Gé Immens behoort tot de twaalfde generatie en hij heeft zich verdiept in zijn voorouders en is ook naar Tienen (B) getogen om de stamboom uit te zoeken. Hij vond er wel burgemeesters en advocaten met de naam Immens. Gé weet ook mooie verhalen te vertellen over zijn in Oss geboren opa, een dochter van Hein Immens (junior) en Cor Knicknie. De Knicknie’s hadden een smederij en koperslagerij, waar nu de Jumbo winkel is.

Een stamboom ontwikkelen is prachtig, maar achter de feitelijke gegevens gaat vaak veel vreugde en verdriet schuil. Het boek Dokter Immens, van barbier tot geneesheer in zes generaties, is opgebouwd op basis van drie lijnen: een historische lijn, de Immens-lijn en de persoonlijke lijn van de auteur (en van Gé immens). Het wel en wee van de geneesheren wordt beschreven in de historische context. In de vorm van intermezzo’s geeft de auteur korte beschrijvingen van de pandemieën waarmee de chirurgijns en heel- en vroedmeesters in hun tijd geconfronteerd werden.
De auteur, Sjef van Hulten, heeft er een prachtige en mooie geïllustreerde uitgave van gemaakt, die in eigen beheer is uitgegeven. De website www.dokterimmens.nl is in voorbereiding.

Dommeloord, in 1842 betrokken als dokterswoning

Foto's:


0