Postume uitreiking Mobilisatie-Oorlogskruis aan Dungenaar: ‘Een erkenning voor de familie’

DEN BOSCH – Wat zijn Dungense opa er zelf van gevonden zou hebben? Kleinzoon kapitein Freek van Roosmalen heeft geen flauw idee. Sowieso heeft hij zijn opa nooit gekend, toen Freek werd geboren was opa al drie jaar dood. Toch vindt hij het meer dan alleen leuk dat vrijdag postuum – Paul overleed in 1982 – het Mobilisatie-Oorlogskruis aan opa werd uitgereikt. “Het is ook een erkenning voor de familie”, vindt hij.

Door Wim Poels

Het Mobilisatie-Oorlogskruis werd ingesteld in 1948 en was bedoeld voor Nederlandse militairen of inwoners die tussen 6 april 1939 en 3 september 1945 militaire werkzaamheden hebben verricht in het belang van het Koninkrijk. Na 1951 kon het niet meer worden aangevraagd. In 1992 werd dat weer mogelijk. Ook voor mensen die inmiddels waren overleden.
Dat het kruis bestond, wist Freek wel. Net zoals het de kapitein bekend was dat opa in dienst was geweest. En dat hij in het begin van de oorlog in actie was gekomen, ging ook rond in de familie. Maar verder wisten zelfs zijn zoons opvallend weinig. “Hij vertelde wel eens dat hij voor de Duitsers op de vlucht moest en met een luchtzak het water overstak”, vertellen zonen Mari en Karel van Roosmalen na afloop van de uitreiking.
Maar verder hebben de twee geen idee van de oologservaringen van hun vader. “Hij sprak er niet veel over”, zeggen ze. “Ook niet als je ernaar vroeg.” Van eventuele contacten met kameraden uit die tijd weten ze niets. Wel merkten ze dat hun vader bij tijd en wijle een beetje angstig kon reageren. “Het zou te maken kunnen hebben met wat hij in die tijd heeft meegemaakt”, zeggen ze. Maar tegelijkertijd beseffen ze dat zo’n vermoeden psychologie van de koude grond is.

Met het uitbreken van de pandemie kreeg Freek plotseling meer vrije tijd. Die wilde hij nuttig besteden. Met stamboomonderzoek bijvoorbeeld. Daarbij besteedde hij natuurlijk ook veel aandacht aan zijn opa. Dat hij voor een militaire loopbaan heeft gekozen heeft ook niets met Paul te maken. Maar het is wel mooi toeval, net zoals het feit dat Freek later deze maand gaat verhuizen: van Den Bosch naar Den Dungen, terug naar de woonplaats van Paul.
Voor zijn onderzoek vroeg Freek bij defensie het stamboek van opa op, waar de militaire administratie heel wat gegevens in opsloeg. Niet onlogisch, in oorlogstijd heeft administratie niet de hoogste prioriteit. Waar opa in de oorlog precies geweest is, of hij aan gevechten heeft meegedaan en zo ja welke dan, is niet meer te achterhalen. Maar er kwamen genoeg gegevens naar boven om hard te kunnen maken dat Paul recht had op de onderscheiding. Waarschijnlijk zat hij in de buurt van Alblasserdam. Over de ervaringen van het regiment als geheel is wel een en ander bekend.

Luitenant-kolonel Joost Hubbers van het garderegiment Grenadiers en Jagers vertelde er vrijdag wat over. Hij was naar Vught gekomen om het kruis en een oorkonde aan kleinzoon Freek te overhandigen. In het kort schetste hij het verhaal van de in 1916 geboren Paul. Als dienstplichtige kwam de Dungenaar bij het regiment Wielrijders terecht. Dat was van 1922 tot aan de oorlog gelegerd op de Isabellakazerne in Vught, tegenwoordig Fort Isabella. Pauls diensttijd eindigde in 1937, maar twee jaar later dreigde een oorlog en moest hij weer onder de wapenen. Hij meldde zich voor mobilisatie in Vught en kwam terecht bij het Eerste Regiment Wielrijders. Inderdaad: militairen op de fiets. Dat klinkt tegenwoordig raar, maar het waren bepaald geen watjes. Voor schietoefeningen fietsten ze naar Harskamp bijvoorbeeld, soms gingen ze naar Zuid-Limburg.
Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. De Wielrijders richtten zich in eerste instantie op de verdediging van de omgeving van Eindhoven. Maar al snel kregen ze het bevel zich te begeven richting het Eiland van Dordrecht. Honderd kilometer naar het westen, op de fiets. Het was de bedoeling om daar onder meer de Moerdijkbrug en het vliegvel Waalhaven bij Rotterdam te verdedigen. Maar de tegenstand van de Duitsers was groot, net als de chaos in het Nederlandse leger. Dat Nederland zich na het bombardement op Rotterdam snel overgaf is geen nieuws. Op 27 mei volgde de demobilisatie. Paul kon weer naar huis.
“Maar”, stelde Hubbers vast, “dat een totale operatie van weinig waarde was, zegt niets over de prestaties van eenheden en individuen.” Sterker nog: verschillende personen die erbij betrokken waren, kregen een onderscheiding. Waaronder zelfs een keer de hoogste, de Militaire Willemsorde. Of opa grote daden heeft verricht, heeft hij in zijn graf meegenomen.

Foto's:


0