Rosmalense huisartsen onder druk, maar ze blijven doorgaan

ROSMALEN – Begin juli werd de noodklok geluid. Huisartsen en hun teams lopen over. In plaats van een moment van rust, zijn ze nu druk met uitgestelde zorg, vragen over en klachten na vaccinaties. Terwijl ook zij toe zijn aan vakantie en er tegelijkertijd amper vervangers zijn. We vroegen aan dr. Antoinette Drossaert hoe zij dit in haar praktijk in het centrum ervaart.

Door Sophie Fleur Verbiesen

Ja, beaamt ze als eerste, er is een tekort aan personeel. “Waarom weet ik niet, misschien werken net afgestudeerden huisartsen momenteel veel bij de GGD. Niet iedere huisarts kan een waarnemer vinden voor zijn of haar vakantie. Gelukkig kunnen wij het onderling goed regelen.” Toch blijft het wel hard werken. “Normaal gesproken is het rustiger in de bouwvak, maar nu niet.”

Het is een combinatie van klachten, die ervoor zorgt dat mensen toch ook in de vakantieperiode de huisarts opzoeken. “Sommige patiënten hebben hun klachten opgespaard en komen er nu mee, nu het met de coronapatiënten in de praktijk wat rustiger is en we daardoor weer wat meer lucht hebben. Anderen denken dat ze griep hebben, maar blijken toch corona te hebben ondanks hun vaccinatie. Dat kan nog steeds, al gebeurt het niet vaak. Corona blijft gewoon onder ons, dat is iets wat we nu wel weten.”

Doorverwijzen is ook lastiger geworden. “In de periode dat Hugo de Jonge zei dat we konden dansen met Jansen, veranderden ziekenhuizen ook hun beleid. Geen mondkapjes meer, eerder uitgestelde zorg en operaties werden ingehaald. Op zaterdag en zondag werkte het personeel gewoon door. Een MRI op zondagavond? Dat kon zo maar. Totdat de besmettingscijfers weer op begonnen te lopen, toen moest alles weer teruggedraaid worden, personeel moest weer vaker in quarantaine en in plaats van een rustige zomer, ging er weer een schepje bovenop. Ook wilde iedereen na een jaar hard werken wel eens op vakantie.”
En dat merken de huisartsen weer. “We zijn een soort vergaarputje. Stel dat we iemand door willen verwijzen naar het ziekenhuis en de arts daar beoordeelt de aanvraag anders, dan komt de patiënt toch weer terug bij ons.” En dat is ook zo bij de lange wachtlijsten op het gebied van ouderen- en jeugdzorg. “Er is geen thuiszorg meer te krijgen. Dat is verschrikkelijk. En ook de geestelijke gezondheidszorg heeft lange wachttijden. Dan kun je als huisarts wel iemand doorverwijzen, maar als er een wachttijd van maanden is, lopen deze mensen nog verder vast en komen ze weer terug bij ons.”
Toch ziet Drossaert ook heel veel positieve kanten aan het verhaal. “We zijn al een tijd druk bezig met de vraag: hoe kunnen we op een nog betere manier zorg verlenen. Waar kunnen we tijdwinst halen, zonder dat de zorg aan kwaliteit inboet. En daar hebben we, net als de andere huisartsen in Rosmalen én het ziekenhuis, echt stappen in gezet.”

Voor een nieuwe knie bijvoorbeeld hoef je nu vaak nog maar één dag in het ziekenhuis te blijven, vertelt ze. “De zorg rond de patiënt wordt slimmer georganiseerd dan vroeger. Ook kan de huisarts een meekijkconsult aanvragen bij de specialist. Vindt de specialist het nodig dat de patiënt in het ziekenhuis gezien wordt of kan het ook met een advies aan de huisarts? Dat bespaart tijd voor de patiënt en zorgkosten voor ons allemaal. Laat ik iemand naar de praktijk komen, of is een telefoontje ook goed? Dat soort vragen stellen, is belangrijk. Dat je zorg op maat biedt en toch alle tijd en aandacht hebt.”
Beter organiseren gaat dan vooral om digitaliseren. De patiënt kan een foto sturen, de huisarts belt met beeld. “Vroeger hadden we zelfs een inloopspreekuur, nu is het een kwestie van: wie moet ik echt zien en bij wie kan ik zorg bieden op een andere manier. We doen ook mee aan een pilotgroep. Daarin worden we ook ondersteund. Om goede digitale zorg te bieden moet je ook mobiele telefoonnummers hebben en e-mailadressen. Daar werken we nu ook aan.”
Patiënten kunnen ook makkelijk hun eigen dossier inzien. “Daar staat dan bijvoorbeeld een diagnose in, het plan van aanpak, de bloeduitslagen enzovoort. En het mooie is dat ik er als arts ook aantekeningen bij kan maken. De patiënt kan dus in haar of zijn eigen tijd het dossier bekijken. De assistentes hoeven niet alle uitslagen meer door te bellen en hebben het daardoor rustiger aan de telefoon, wat er weer voor zorgt dat ze meer tijd hebben voor het verzamelen van informatie bij een klacht.”
En ja, er is zeker een achterstand ontstaan in zorg. “En ondanks dat we dan tijdwinst willen boeken, efficiënt willen werken, worden we soms ook met de neus op de feiten gedrukt. Als er een patiënt komt die gewoon even over zichzelf en zijn problemen wil praten, moet je daar als arts ook voor klaarstaan. Iedereen heeft recht op de tijd van een huisarts.”

Foto's:


0