Monumentjes voor overleden kinderen in boek Wij Zijn Nooit Voorbij

ROSMALEN – Mariska de Langen uit Nuland en Marieke Driehuizen Goorts uit Rosmalen weten allebei hoe het is om een kind te verliezen, net als de ouders van Kyan, Daaf, Livvia, Giulia en Kester. Allemaal schreven ze erover in het boek Wij Zijn Nooit Voorbij, zodat deze kinderen er altijd zullen zijn.

Door Sophie Fleur Verbiesen

Lang was het een taboe. Over een overleden kind werd niet gesproken. Nu is er weliswaar meer aandacht voor, maar vinden vooral omstanders het moeilijk om erover te blijven praten. “Het is mijn missie om zowel kinderen en volwassenen te leren hoe belangrijk het is om over alle emoties te praten. Voor ons is het namelijk heel belangrijk dat onze kinderen en het verdriet daarom, genoemd mogen blijven worden. Maar vooral volwassenen vinden het vaak moeilijk, té moeilijk om ons verdriet te zien,” vertelt Marieke.
Mariska vult aan: “Ik geef nu les aan groep 8 en die leerlingen vragen gewoon hoe het is om je kind te verliezen. Dat is misschien heel direct, maar het onderwerp mag er wel zijn. Er kan over gepraat worden.”
Het is een rotvraag, daar zijn ze het over eens. “Hoe het gaat, vragen mensen dan. Het is geen fijne vraag, maar het is wel belangrijk. Het punt is alleen dat mensen dan ook het echte antwoord moeten willen horen.”

Er zijn sowieso veel vooroordelen. Marieke: “Dat merk je in de eerste periode van de rouw vooral. Als je aangekleed de deur open doet, vraagt men zich af waarom je niet huilend in je bed ligt. En als je te lang huilend in je bed ligt, is de algemene tendens dat je je leven weer moet oppakken. Iedereen rouwt anders, daar is geen goed of fout bij.”
Dide, de dochter van Marieke, was een half jaar oud, toen ze stierf. “Ze was gewoon een gezonde, blije baby, tot ze met zes maanden ontzettend ziek werd van de waterpokken. Aan de gevolgschade hiervan, is Dide uiteindelijk in mijn armen overleden.”
Ze had nog een dochter, Puk van toen drie jaar. “Ze kon natuurlijk nog niet bevatten wat de dood is, al merkte ze wel dat dit grote impact op haar ouders en familieleden had. Zelf ben ik psychologische hulp gaan zoeken om de dagen goed door te kunnen komen. Mijn man en ik wisselden elkaar onbewust af. Als hij voor Puk zorgde, had ik ruimte voor mijn verdriet en andersom.” Puk is nu bijna acht jaar. “Ze was bij de boekpresentatie en vond het heel indrukwekkend. Ze deelt haar verhaal ook op school. Het feit dat al haar emoties er ook nu mogen zijn, helpt. Met Sinterklaas vroeg ze nog waarom er geen cadeau voor Dide was bij de opa’s en oma’s. Zo speelt het nu in haar leven. Ze snapt wel wat dood zijn is en dat het voor altijd is. Dat zegt de psycholoog ook in het boek: pas als de ouders in balans zijn, komt het kind met vragen en verdriet. Openheid helpt dan heel erg.”
Bij Mariska is het nog maar ruim een jaar geleden dat haar dochter Ize overleed. “Ze is ruim drie jaar ziek geweest. Ze had leukemie. Mijn verhaal is daarom heel anders dan dat van Marieke, maar toch vinden we veel herkenning in elkaars proces. Ik hoop ook dat ouders die hetzelfde meegemaakt hebben, steun hebben aan dit boek. Voor omstanders geeft het een beetje inzicht in hoe je leven zonder een kind echt is en hoe heftig dat is.”

Bij Ize was er lang hoop dat ze zou genezen. “Je verlegt elke keer je grens. Je blijft hoop houden, ook al is het moeilijk. Dan is er in een ander land weer een medicijn dat zou kunnen helpen, of misschien nog een nieuwe immuuntherapie. Tot het moment kwam dat we te horen kregen, dat er niets meer aan te doen was. Dat Ize niet meer beter zou worden. Ze raakte daar volledig van in paniek en dat was zo veel erger dan hoop houden.” Mariska moet diep ademhalen. “Ize lag bij ons in bed en werd dan ik paniek wakker met de angst dat ze ineens al dood was.”
Ouders die een kind verloren hebben, worden van binnen nooit meer wie ze daarvoor waren, vertelt Marieke. “Het is zo’n rauwe pijn. Niet te beschrijven in taal, omdat er geen woorden voor zijn.”
Mariska: “Bij ons gezin speelde Corona, na de dood van Ize, ook nog een grote rol. We zagen weinig mensen, omdat iedereen moest opletten. Dan vereenzaam je echt in je verdriet.”
Het voelt als een gat in je romp, alsof het centrum mist. “Een wond met kapotte randen en bloedend. Nu genezen de randjes langzaam, maar het gat blijft. Daar had ik het in het begin ook zo moeilijk mee: wanneer wordt het verdriet minder. Maar dat wordt het niet. Het gemis zal er voor altijd zijn. Dat heb ik nu geaccepteerd.”
Toen Ize ziek was, kon Mariska zich niet voorstellen dat ze er niet meer zou zijn. “Een leven zonder je kind is niet te bevatten. Sommige mensen denken dat je ’s morgens wakker wordt en je het dan weer herinnert dat je kind dood is. Alsof het er even niet is, maar nee. Als je kind dood is, voel je dat in elke vezel van je lichaam. Je weet ook dat het echt is, maar toch probeer je het op te lossen, alsof je er zelf nog iets aan kunt veranderen.”

Het jongere zusje van Ize was net vier geworden, toen Ize overleed. “Ize was haar grote zus. Fenna was nog maar acht maanden, toen Ize voor het eerst ziek werd. Ze wist dus niet anders. Na het overlijden van Ize, heeft Fenna haar ook nog gewoon geknuffeld en kusjes gegeven.” Fenna heeft nu wel het besef dat Ize er niet meer is. “Soms moet ze heel erg huilen, omdat ze haar zus mist. Daarna gaat ze weer spelen. De naam van Ize betekent zon, en als de zon schijnt, zegt Fenna dat Ize heel erg haar best voor ons doet.”
Het valt Mariska zwaar. “Wat ik zelf ook zo erg vind, is dat de oudste geen normaal kind kon zijn, omdat ze ziek was en dat het jongste kind geen normaal kind kan zijn omdat haar zus is overleden. Toch proberen we er samen weer iets van te maken en ons niet kapot te laten maken door het verdriet. Ize had zo veel levenslust, zij had het zo gewild. We zijn het aan haar verplicht.”
Dat er een boek is waar Ize instaat, geeft Mariska ook wel rust. “Zo kunnen de mensen toch met haar kennismaken, zonder dat ze daarvoor fysiek hier hoeft te zijn. Het is fijn dat er iets van haar achterblijft, voor altijd.”
Ook voor Marieke is het fijn dat Dide voortleeft in het boek. “Ik wil rouw, pijn en verdriet bespreekbaar maken bij en met kinderen en volwassenen. Mensen hoeven niks te zeggen of te adviseren, ze kunnen niks oplossen. Het enige wat ze hoeven doen is echt luisteren en emoties durven verdragen.”

Het boek Wij Zijn Nooit Voorbij, verkrijgbaar bij Stichting Nooit Voorbij en de (online) boekhandel.

“Iedereen rouwt anders, daar is geen goed of fout bij”

Foto's:


0