IN DE BIECHTSTOEL: PIET VAN HERPEN, WERELDBEROEMD IN HEEL GEFFEN.

GEFFEN – Piet van Herpen (67), Heeschenaar van geboorte. Na een voorzichtige start, jaren terug, voelt hij zich als ‘een vis in het water’ in de Geffense gemeenschap. Wereldberoemd in heel Geffen, mede door en dankzij zijn zakelijke activiteiten maar zeer zeker ook door zijn inzet voor ‘Geffen’. De boerenmarkt Effe noar Geffe, waarvan hij 21 jaar de kar heeft getrokken is daar het sprekende voorbeeld van. Een bezig baasje die nog steeds vol met plannen zit die hij wil realiseren. Vandaag neemt hij plaats in de biechtstoel. Zijn allereerste reactie? “Nu pas? Ik had je al veel eerder verwacht hoor, beste vriend”.

Door Jan van Ravenstein

Geloof je?
Geloven. Kracht halen uit het geloof, zoals mijn moeder dat deed. Dat kan ik echt niet. Bij het overlijden van mijn broer Martien sleepte het geloof ‘ons mam’ door die zwarte periode heen. Terwijl ik juist heel boos was. Boos op het feit dat er dan dus iemand zou zijn die dat had kunnen voorkomen. Ja hallo. Dat gaat er bij mij niet in, toen niet en nu ook niet. Wel in herinnering zijn de zondagse bezoekjes met ons hele gezin toen naar de Sint Jan in Den Bosch. Maar ik geloof eerder dat die herinnering de ‘warme chocomel’ is, waar onze ouders ons allemaal na afloop bij ’t Pumpke op trakteerde.

Wat is je grootste deugd?
Ik denk dat ik van mezelf wel mag zeggen dat ik recht door zee ben. Eerlijk ook wel en ik weet niet van opgeven. Dat woordje staat niet in mijn woordenboek. Wil je nog meer? Mensen/medewerkers betrokken te laten zijn met hetgeen ik doe. Weet je, mijn credo is: “Denk niet in problemen, maar in oplossingen. Denk praktisch”, dan is het probleem al vaak opgelost voordat het er is.

Wat is je grootste zonde?
Eigenwijs, drammerig, eigenzinnig, koppig (soms), eigengereid, onverzettelijk, hardnekkig…. Weet je. Het moet (het liefst) op mijn manier. En jawel, aan een aantal van die voorbeelden moet ik gaan werken. Zeg maar niks ik ben het me heus wel bewust.

Wat koester je het meest?
Mijn gezin natuurlijk, en dan in de breedste zin van het woord. Hoe mooi is dat wel niet. Samen met je vrouw, je kinderen en vier van de allermooiste en liefste kleinkinderen. Dan ben je toch hartstikke rijk. Weet je. Deze week was de herdenking van het treinongeval in Oss. Kippenvel krijg je, bij de gedachte alleen al. Soms zetten ze je met beide benen op de grond. Het overlijden van een goede vriend onlangs, Martin van Tol. Maar ook het overlijden van Piet Bosch en Hans Hoeben, om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Jawel, die maken je wel stil en het maakt me soms wel eens bang om hoe goed het allemaal wel niet gaat.

Waar kun je heimelijk van genieten?
Van het leven. Gewoon genieten op een terrasje met een biertje. Of gewoon tijdens het oppassen van de kleinkinderen. Kijk om je heen, er is zoveel moois. Of als ik, spreekwoordelijk, door Geffen fiets en zie waar ik aan heb mogen meerwerken in de loop der jaren. Effe noar Geffe natuurlijk. Maar ook de kiosk, de restauratie van de kerk, het carnaval. Ik heb samen met mijn vriend als ‘Janus en Peer’ vijftien jaar met carnaval in de ton mogen staan. Mooie tijden waren dat…

Wat stuit je het meest tegen de borst?
Achterbaksheid. Afgunst misschien ook wel, maar vooral de oneerlijkheid die er bij best veel mensen is. Daar stoor ik me mateloos aan. Het één zeggen en het ander doen. Ik hanteer altijd de stelregel die voor een aantal mensen best een nadenkertje zou mogen zijn: “Doe wat je zegt, en zeg wat je doet”.

Van wie kun je nog wat leren?
Moge dat duidelijk zijn, die is er in feite maar een en daar leer ik nog elke dag van. ‘Mijn vrouw Mimi (66)’. Maar liefst 45 jaar, 7 maanden en 5 dagen delen wij lief en leed. Mimi kent mij als geen ander. Ze corrigeert mij bijna dagelijks, zonder dat iemand daar ook maar weet van heeft. Mijn impulsiviteit bezorgt mij wel eens hoofdbrekens. Mimi verstaat de kunst om mij daarin op tijd af te remmen. “Nadenken Piet, voordat je weer ‘ja’ zegt”, hoor ik ze dan met een verwijtend stemmetje zeggen.

Achter welk deurtje zou je wel eens een kijkje willen nemen?
Soms mag ik zelfs wel eens achter een deurtje kijken. En best vaak, zonder dat iemand het weet, zit er heel veel leed, pijn, ellende en verdriet tussen de voor- en achterdeur. Het wordt verborgen gehouden en dus vaak niet gezien of opgemerkt. Maar het is er wel, we hebben het meermaals ervaren. Vandaar dat wij op onze manier iets leuks willen doen. Wij hebben samen een mooi plannetje om op onze manier iets te terug te doen voor de medemens.

Met wie zou je nog wel een Weesgegroetje willen bidden?
Een Weesgegroetje? Nog even praten met iemand, bedoel je? Zeker wel. Ik zou, als ik die mogelijkheid zou hebben, wel eens willen weten of vragen hoe de muzikale ontwikkeling van onze Martien zou zijn geweest wanneer hij niet was doodgegaan. Onze Ties had een absoluut muzikaal gehoor, zoals ze dat zeggen. Werkelijk ongekend. Daar denk ik best vaak aan. En natuurlijk een praatje met mijn ouders.

Heb je verder nog iets op te biechten?
Nee, niet echt. Ik heb nergens spijt van, geen schuldgevoelens en net zoals ieder ander heb ik van mijn fouten geleerd. Maar weet je, beste ‘pseudo biechtpastoor’. Wij zijn inmiddels ruim 40 jaar maatjes van elkaar, Janus en Peer. We hebben samen heel veel in het Geffense gedaan. Maar ook lief en leed gedeeld. Jij weet meer van mij dan, misschien ikzelf wel. Het is mooi geweest Janje: “Degge bedankt zet, da witte”, om het maar op zen Effe noar Geffes te zeggen. Het was me een genoegen, de groette ermee.

 

Foto's:


I